Een prachtige skippybal

E

Volgens mijn moeder stelde het allemaal niet zoveel voor, zwanger zijn en bevallen. Haar bevalling van mij duurde zesendertig uur maar dat was zó voorbij, echt waar. Mijn moeders poging de horror van de video die ik bij biologie had gezien af te zwakken sterkte mij in mijn pubergelijk: een kind krijgen was het vreselijkste wat een vrouwenlichaam kon doormaken. Bovendien was mijn bonenstakerige lijf helemaal niet geschikt om te baren. Als ik later kinderen wilde, ging ik wel adopteren. 

Dat leek me mooi. Een kind dat door iemand anders op deze overbevolkte wereld was gezet een beter thuis geven. Zoals Annie, het zingende weesmeisje dat geadopteerd wordt door een miljonair en zo aan haar hard knock life weet te ontsnappen. Tot mijn grote spijt kende ik niemand die geadopteerd was, maar als ik die wél had gekend, had ik die bekeken met een mengeling van bewondering en medelijden. Bewondering, omdat diens ontstaansverhaal duizend keer spannender was dan het mijne. Medelijden, omdat ik het zielig vond als je echte ouders je niet wilden.

Ik keek eindeloos veel afleveringen van Spoorloos en huilde mee als lang verloren familieleden elkaar in de armen sloten. Hoe zou het zijn als míjn kind op zoek zou gaan, dacht ik soms. Hoe onzuiver ook – ik vermoedde dat het mijn moederhart zou breken als ergens anders nog een moeder bestond, een die wél een bloedband deelde met mijn kind.

Dit is een fragment uit ‘Een prachtige skippybal’, een essay dat in november 2024 verscheen in Tirade nr. 496. Tirade is te koop in de betere boekhandel of online te bestellen.

Door Margo Hoogenberk
Margo Hoogenberk
Margo Hoogenberk studeerde in 2022 af aan de Schrijversvakschool. Ze won de Mensje van Keulen schrijfwedstrijd van Uitgeverij Atlas Contact en publiceerde in De Optimist en Tirade. Bloedeigen, haar debuutroman, verschijnt in mei 2026 bij Uitgeverij Van Oorschot. Als ze niet schrijft, is ze bezig de energiemarkt een beetje groener te maken.
Foto: Annaleen Louwes

volg mij